Als woorden tekort schieten….

Ondanks dat ik al om half 7 ’s avonds onder de wol kruip, is het een kort en rusteloos nachtje. Ik heb het koud en ben denk ik stiekem toch een beetje zenuwachtig dus slaap iets van vier keer een uurtje tot ik mijn naam zachtjes hoor roepen. Het is de persoonlijke wekservice, de gids. Ik baal dat ik zo slecht geslapen heb maar eenmaal aangekleed ben ik er klaar voor. We gaan beginnen….

Het eerste stuk van de trek naar de top gaat nog door een stuk bos. We klimmen 200meter in 1,2 km. Dit gaat vlotjes. Daarna gaan we de echte vulkaanwand op, bezaaid met aarde, as en gesteente. Ik begin als gewaarschuwd mens. In de tour beschrijving stond “Sandy and rocky loose ground will test your stamina. Prepare to slide down when you try to go up.”
En niets is minder waar!

Het valt niet mee om grip te krijgen op de ondergrond. Ik probeer mijn gids goed bij te houden maar voor sommige stappen die hij in één keer zet, glij ik eerst vier keer weg. Waardoor het me vijf pogingen kost voor ik weer een stap verder ben en daarmee bij sommige stappen veel van mijn energie verspild wordt. Het frustreert me, zo kom ik er nooit en ik heb nog een lange weg te gaan: 700m klim in 1,5km. Ik besluit me niet te laten kennen, tot tien te tellen, diep adem te halen en door te gaan. Ik mag het nu niet opgeven.

Ik ga wat tactischer te werk door beter gebruik te maken van de wandelstok die ik gekregen heb en de voetsporen van de gids en nog bewuster de plekken te kiezen waar ik mijn voeten laat landen. Het blijft heel zwaar maar het gaat beter. De frustratie verdwijnt en ik focus me. Vastberaden om het te halen.

We zijn niet alleen, de weg naar de top delen we met andere klimmers. Die het overduidelijk ook zwaar hebben. We lopen een tijdje in een rij met een ritme van een aantal passen en een aantal seconde stilstaan om op adem te komen. Het helpt om gefocust te blijven en tempo te houden.

Ik probeer de voetstappen van mijn gids goed te volgen maar dat lukt niet altijd want zijn passen zijn groter dan die van mij. Een enkele keer heb ik letterlijk een hand nodig om me over een lastig stuk te krijgen waar ik geen grip krijg.

Af en toe kijk ik achterom en probeer in het donker te zien wat we al afgelegd hebben en kijk naar boven hoe ver we nog moeten. Dat is moeilijk in te schatten. Ik ben blij als de gids zegt dat we nog maar een half uurtje te gaan hebben. Want mijn benen worden zwaar en voor het eerst voel ik de de hoogte me zuurstof ontneemt. En ik denk dat het hooguit tien minuten later is als ik echt niet meer weet waar ik het vandaan moet halen. Korte adempauzes helpen niet meer om te herstellen en vooral mijn beenspieren zijn op. Ik weet dat het nog maar een klein stukje is maar ik ben kapot.

Aan de linkerkant zie ik de eerste oranje gloed van de opkomende zon. Ik wil de zon op zien komen vanaf de top maar ik kan niet sneller. Uiteindelijk bereiken we de top terwijl de zon zijn gezicht al een klein stukje laat zien. Het is me gelukt!!!

Het uitzicht is mijn beloning en als de gids vraagt wat ik er van vind, zeg ik dat ik er geen woorden voor heb anders dan ‘holy shit’! Ik kijk uit over de wereld en voor mijn neus komt rook uit de krater. Ik kan er (en nog steeds) niet over uit dat ik dit gewoon gehaald heb. Ik ben trots en voel me ook echt ‘on top of the world’!

Na volop genoten te hebben en voor de nodige foto’s te hebben geposeerd, beginnen we aan de afdaling. Natuurlijk is de weg terug een grote glijbaan, waar ik persoonlijk niet zo’n fan van ben. Dus met enige voorzichtigheid ga ik naar beneden….

Beneden rust ik wat uit en krijg ik een ontbijtje. De zon breekt door en mijn tent is warm. Echt nog even een dutje doen zie ik niet echt meer zitten dus stel voor terug te hiken voor het echt warm wordt.

Het eerste deel, tot aan het meer, gaat via dezelfde route terug als dat we gekomen zijn. De eerste 10minuten voel ik me nog moe en de gids ook maar daarna stappen we lekker door. De gids en ik kletsen nog een beetje na en zoals hij het mooi formuleert: het was maar 1,5km maar waarschijnlijk mijn langste en zwaarste 1,5km ooit. Voor deel twee is er een alternatieve route die volgens de gids korter is maar nog wel weer een klimmetje. Ik kies voor het alternatief. Wat betekent dat we vanaf het meer op 2400 meter nog een berg meepikken op 2800 meter. Vanaf daar is het bergaf naar het dorp. Uiteindelijk vraag ik me af of de route zoveel korter is als op de heenweg maar misschien is dat de vermoeidheid.

Aangekomen in het dorp zit Anita op een bankje voor haar homestay. Ook zij heeft een prima anderhalve dag gehad. Ze is uitgerust, heeft lekker gegeten, een meer bezocht en de National Geographic van voor tot achter gelezen en terug.

Samen reizen we per jeep verder naar de volgende locatie, in de buurt van de Bromo. We rijden door de Sea of Sand naar het dorpje. De gids vertelt ons onderweg alvast wat over het volgende hotel en de ‘wijfie’ die we hebben. In de praktijk valt de kwaliteit een beetje tegen. Aangekomen eten we bij het hotel en kruipen we vroeg onder de wol. Moe maar voldaan….