De kip, de kluns en de kakkerlak

De volgende ochtend hebben we de tijd om eerste even een laatste stukje te fietsen door de omgeving van Yangshuo. Het blijft een ongelofelijk mooi stuk hier aan de Yulong Rivier.

Daarna ontbijten we rustig en gaan dan met de auto richting het centrum van Yangshuo. Vanaf hier stappen we op de bus naar Guilin, waar we weer overstappen op een bus naar Heping. Vanaf Heping moeten we vervolgens op een bus naar Ping’an stappen. Maar de bus waar we naartoe gestuurd worden, blijkt ook nog niet rechtstreeks te gaan maar ons af te zetten daar waar de weg zich splitst en de ene kant naar Dazhai gaat en de andere naar Ping’an. We houden daar uiteindelijk een auto aan die ons dan weer naar de parkeerplaats van Ping’an brengt. Hier moeten we onze entreetickets laten zien en gaan we vanaf de ingang te voet verder naar ons hostel.

Ondanks de gedetailleerde routebeschrijving is het toch even zoeken. Eerste stappen we een woonhuis binnen, wat het niet blijkt te zijn en vervolgens zien we een hostel waarvan de eetzaal overeenkomt met de foto’s. De vrouw vraagt ons of we via booking.com geboekt hebben en geeft aan dat ze het in dat geval niet altijd doorkrijgt als er gasten komen. Ze belt haar man, dat duurt enige tijd en wij ploffen ondertussen even neer. Ik kijk om me heen en ineens begint het me te dagen. We zitten niet goed. We zoeken naar de naam van het hostel. Maar dat is nergens te vinden. Als we haar uiteindelijk in het Chinees de naam van hostel geven, blijken we inderdaad niet goed te zitten. Het is het pand ernaast met inderdaad een vergelijkbare eetzaal maar, zo blijkt later, dat geldt voor de meeste hostels en huizen hier. Deze zijn allemaal in dezelfde stijl gebouwd. Van het andere pand zien we zo gauw echter niet iets wat op een fatsoenlijke ingang lijkt. Gijs gaat op verkenning via de enige deur die we tegenkomen en blijkt inderdaad goed te zitten als hij wordt ontvangen met een “aah, you must be Gies!”. De moeder van de eigenaar vindt het hilarisch dat we via deze kant zijn binnengekomen en als ook ik de trap af kom met mijn backpack komt ze helemaal niet meer bij. Het is in ieder geval een gezellig ontvangst in een heerlijk hostel met wederom een prachtig uitzicht. Deze keer over de rijstvelden.

We besluiten het verder rustig aan te doen, drinken een biertje, eten een hapje in het hostel en maken ’s avonds nog een klein rondje door het dorpje. Dit blijkt echter behoorlijk uitgestorven en donker. Een zaklamp is geen overbodige luxe.

De volgende dag gaan we vroeg op pad. Onze missie: lopen van Ping’an naar het, zo hebben we gehoord, nog mooiere Dazhai. Een tocht waar een uur of 5 voor staat. We denken het in iets minder te kunnen en hopen na een lunch in Dazhai ook weer terug te kunnen lopen.

Op aanwijzing van onze hosteleigenaar, Mingxie, gaan we op pad. We lopen eerst naar een uitzichtpunt vlakbij ons hostel, de ‘nine dragons and five tigers’. Een populair punt en het is druk op de route. Boven aangekomen is het vooral druk met Chinezen die hele fotoshoots houden. Iemand maakt met een drone groepsfoto’s.

Nadat we zelf wat foto’s gemaakt hebben laten we het uitzichtpunt achter ons en gaan we weer verder. Voor de zekerheid vragen we na waar we naartoe moeten en een dame wijst ons naar de weg. We lopen een stuk over de weg en hopen dat dit niet de gehele route duurt maar we mooi binnendoor over een trail kunnen lopen. Snel genoeg komen we bij een poort uit waar we Dazhai aangegeven zien. We lopen er doorheen en lijken op een soort kerkhof uit te komen. Een oase van rust in een China dat nooit stil is, hier horen we niets dan geluiden uit de natuur en een zacht muziekje.

We vervolgen onze weg over een mooie trail die ons naar het volgende dorp leidt, ZhongLiu. Het eerste gebouwtje blijkt een winkeltje waar we even wat kouds te drinken halen en na een korte rustpauze weer verder lopen. De dame wijst ons de weg naar Dazhai, volgens haar moeten we rechts af. Weer belanden we op de grote weg maar helaas komen we daar ook niet meer vanaf tot we daadwerkelijk bij Dazhai komen. Wat een route had moeten zijn door de natuur, is nu een wandeling over de (in opbouw zijnde) verharde weg.

Ondanks dat we dat heel jammer vinden, mag het uitzicht er onderweg absoluut wezen. Naast de vele rijstvelden worden in deze omgeving ook veel pepertjes verbouwd. De rode pepertjes die liggen te drogen, vormen een mooi contrast met het groen en geel van de rijstvelden.

Uiteindelijk leggen we de nodige meters af maar komen na een uur of vijf wandelen wel degelijk in Dazhai aan. Na een lunchstop, klimmen we hier naar boven naar een uitzichtpunt. Wat we van tevoren te horen kregen, blijkt te kloppen. De rijstterrassen liggen er hier zowaar nog mooier bij!

Teruglopen is er helaas niet bij, dan zijn we nooit voor het donker terug in Ping’an. Dus nemen ons voor om met bus of taxi terug te gaan. Als we aankomen bij de parkeerplaats bij de toegangspoort naar Dazhai staan er genoeg chauffeurs die ons wel willen brengen. De eerste roept vol enthousiasme dat ie dat voor 100 yuan wel wil doen, maar dat lijkt ons iets wat overdreven dus lachen en wuiven zijn voorstel weg. Een ander, die bij hem in de auto zat, is daarop bereidt om ons voor minder te brengen en zakt met zijn prijs al snel naar 70 yuan. We onderhandelen door tot 60 wat ons gezien eerdere ritjes een prima prijs lijkt. Het blijkt nog best een rit te zijn dus ik denk dat we hier inderdaad een goede deal gemaakt hebben. De chauffeur zet ons af bij de parkeerplaats van Ping’an en vanaf daar lopen we terug naar het hostel.

Moe maar voldaan. We hebben heel wat gezweet en besluiten eerst lekker te douchen voor we aanschuiven voor het diner. We gaan voor een lokale specialiteit, bamboo chicken. Als we het bestellen zegt Mingxie dat dit wel even kan duren maar dat vinden we geen probleem. Hij roept iets naar zijn vader, die opspringt en de deur uitsnelt. We verwachten dat hij op pad is gestuurd om ergens een stuk bamboe, gevuld met kip, op de kop te tikken maar we hebben het niet helemaal bij het juist eind. Hij komt namelijk terug met een kip in de houdgreep. Ik ga er vanuit dat hij dood is, hij sputtert namelijk niet meer tegen maar daar is ook alles mee gezegd. Hij zal in ieder geval nog helemaal geplukt, schoongemaakt en gesneden moeten worden voor hij in de bamboe beland.

Ondertussen proeven we de lokale wijn en nemen de tijd om wat dingen uit te zoeken terwijl we op het eten wachten. Als de kip klaar is, worden de twee bamboestukken op tafel voor ons opengebroken. Het ziet er nog ietwat ondefinieerbaar uit in eerste instantie maar als we goed kijken zien we al snel dat de gehele kip in de bamboe beland is. Met pootjes en al….We wagen ons er dapper aan, maar het is meer bot en pees dan vlees. Er waar de Chinezen dit in zijn geheel zouden verorberen, beperken wij ons toch maar gewoon tot het afkluiven van het vlees. Er blijft dan ook relatief veel over en echt helemaal voldaan zijn we erna ook niet maar wel weer een ervaring rijker.

Na het eten besluiten we nog even, gewapend met een zaklamp, het dorpje in te lopen. Op de terugweg loop ik, druk kwebbelend, voorop over een van de weinige vlakke paden. Ik let echter niet goed op waar ik loop en blijf met mijn sandaaltje achter de enige diepe geul in het pad hangen en val volle bak op mijn snufferd. Beide knieën opengeschaafd en vooral geschrokken. Thuis maar even schoonmaken en het laatste stuk lopen we voorzichtig naar huis.

Onze tweede dag in Ping’an, gaan we opnieuw wandelen. Een aantal uitzichtpunten op de planning. We lopen eerst in de richting van het volgende dorpje LongJi. Een veel minder toeristisch en authentieker dorpje dan Ping’an of Dazhai. Hier zie je meer woonhuizen en locals. Meer loslopende kippen en varkens.

De route er naartoe is duidelijk minder vaak gelopen dan de paden naar de uitzichtpunten in Ping’an en de uitzichtpunten zelf zijn ook uitgestorven. Het zijn echter prima tussenstops voor onze wandeling. In het dorpje zelf komen we ook maar drie andere toeristen tegen. We lopen nog een stuk het dorp uit dwars door de rijstvelden voor we onze weg vervolgen naar Ping’an.

Daar stoppen we voor een lunch voordat we daar het laatste uitzichtpunt beklimmen. Deze is weer een stuk drukker. Onderweg loopt er op een gegeven moment een gids voor me met daarnaast waarschijnlijk iemand van de groep die hij begeleidt. Ze vraagt hem het een en ander en hij antwoordt steeds braaf maar wel door zijn microfoon. Terwijl de vrouw gewoon naast hem loopt. Dit hebben we al vaker gemerkt hier, zodra ze voor hun functie en microfoon krijgen (en dat gebeurt vaak) dan lijkt het alsof ze ook niet meer zonder kunnen of willen praten ook al sta je pal naast ze en kun je ze ‘live’ duidelijker verstaan.

Bovenop genieten we weer van een prachtig uitzicht. Vandaag hebben we, alles bij elkaar, ook weer flink geklommen en ontzettend veel gezweet. We sluiten onze tocht af met een drankje en nadat we ons thuis opgefrist hebben, gaan we onze laatste avond in Ping’an lekker ergens buiten de deur eten en drinken. We vinden een heerlijk plekje in een restaurantje met grote open ramen aan het water. Terwijl we lekker aan het natafelen zijn, voel ik iets tegen mijn arm tikken, die op de balustrade leunt. Tot mijn grote schrik heeft zich daar inmiddels een kakkerlak naast mij gevoegd en het is er niet een van het bescheiden Europese formaat. Het is een joekel. Zodra hij de benen richting de tafel, besluiten ook wij de benen te nemen. Echt relaxed zitten we hier nu niet meer. We maken de avond af met een drankje in een ander tentje.