Eenzaam aan (of eigenlijk halverwege de weg naar) de top…

Het is een belachelijk vroege ochtend als mijn wekker al enige tijd afgaat voor ik besef dat het de mijne is. 3.30u geeft hij aan en volgens het schema zou de nachttrein waar we in zitten om 4.00 aan moeten komen in Malang.
Een kwartier later is het al zover en ondanks het vroeg uur heb ik prima geslapen en ben ik goed wakker. We stappen de trein uit en lopen het station uit op zoek naar iemand met een bordje met mijn naam. Met alle taxi- en riksjachauffeurs die hun tarieven roepen, zien we door de bomen het bos bijna niet meer en zien we in ieder geval zeker geen bordje.

Uit het niets komt iemand die ons vraagt “zijn jullie Bianca en Anita?” en hoewel hij de verkeerde persoon aanwijst bij de namen, roepen we volmondig ja en volgen hem naar de auto.

De eerste stop is een half uurtje rijden naar het kantoor vanaf waar onze trektocht naar te top van de Semeru vulkaan vertrekt. Hier hebben we tijd om te herpakken en op te frissen. Met een beetje improviseren weet ik me op het toiletje prima te wassen en voel me direct een stuk frisser. Als de gids ons toch een muts en handschoenen heeft gegeven (want het kan echt nog steeds zomaar -5 zijn aan de top) en alle spullen bovenop de jeep geladen zijn, gaan we op pad.

Op naar de tweede stop: de dokter. Tijd voor een heuse medische check. Die uit niets meer bestaat dan het meten van gewicht, lengte en bloeddruk. Maar we zijn goedgekeurd en mogen mee. We rijden verder naar het startpunt van onze tour. Halverwege stoppen we nog even op een fenomenaal uitzichtpunt voor het ontbijt. Ze hebben een poging gedaan een mooie pakketje samen te stellen maar eerlijkheid gebied te zeggen dat dit niet bepaald smakelijk is.
Een groot lang houdbaar brood met zoete vulling en een kleiner net zo lang houdbare gevulde sandwich met kaas waar ze ook weer los zijn gegaan met alle suikervarianten die je maar kunt bedenken. Ik heb brandstof nodig voor de tocht dus eet braaf zo veel mogelijk op.

Na de lunch rijden we door naar het start punt in Ranu Pani. De gids haalt de permits en we starten vanaf 2100meter. Nog voor 8u zijn we begonnen aan onze missie.
We lopen denk ik een uur of twee als Anita aangeeft het niet te zien zitten. De gids biedt aan haar terug te brengen naar het dorp en daar een slaapplekje in een homestay te regelen. We wachten even tot de junior gids/kok, ons gevonden heeft zodat hij met mij door kan gaan met de trek. We nemen afscheid en ik loop verder met mijn gids.

De eerste mijlpaal komt na 9,5km en zouden we in zo’n 4 tot 5 uur moeten bereiken. Het is het meer waar we stoppen voor de lunch en ligt op 2400meter. Op twee flink steile maar korte klimmetjes na loopt de route vrij geleidelijk omhoog en omlaag. Het is een lekkere wandeling zonder al te veel gekkigheden. De zon laat zich ook maar zeer beperkt zien waardoor het gelukkig best goed uit te houden is. In minder dan 4uur zit ik dan ook op mijn stoeltje aan het meer.

Terwijl ik van het mooie uitzicht geniet, koelt het zweet af en in afwezigheid van de zon krijg ik het koud dus begin maar wat extra laagjes aan te trekken. De lunch die ik een half uurtje later geserveerd krijg helpt ook. Een warm kopje verse groentesoep, een lekker gebakken kippetje met rijst en meloen als dessert. Ik pak nog een kopje koffie en klets nog even na met de gids.

Het tweede deel van de klim van vandaag is een zwaarder stuk. Met een route van 7,5km klimmen we door naar een hoogte van 2700m, waar onze campsite zich bevindt.
De klim begint gelijk met een van de steilste heuvels op de route. Een pittige klim een groot deel van de route daarna bestaat uit een redelijk constante klim. Steiler dan we die ochtend gehad hebben. We lopen lekker door en doordat het nog steeds niet volle bak zon is, is het pittig maar uit te houden. Met wat korte pauzes bereiken we in minder dan 2u de campsite. Vroeger dan gepland zoeken we dan ook rond half 3 al een plekje.

Als de dragers er ook zijn wordt de tent opgezet en wordt er thee en koffie voor me geregeld. Terwijl ik op mijn stoeltje de laatste zonnestralen mee probeer te pikken (zonder is het koud!), schrijf ik mijn blogjes en kijk ik af en toe achterom naar mijn missie voor morgen. De top van de Semeru zit de helft van de tijd verscholen achter de wolken maar af en toe laat ie zijn gezicht zien. Wat een indrukwekkend natuurfenomeen, helemaal als ie weer eens een wolk uitstoot.

Tegelijkertijd moet ik even slikken. Vandaag was slechts het voorprogramma, morgen komt het er echt op aan. Nog 900meter hoogteverschil te overbruggen in maar 2,7 km. Dat betekent een gruwelijk steile klim op een serieuze hoogte. Terwijl ik vanaf mijn stoeltje de vulkaanwand bestudeer krijg ik het een beetje benauwd. Hoezo heb ik bedacht dat ik dit ‘wel even’ kon doen? Ineens ben ik er niet meer zo zeker van….slik